AHC
 


MS Word cursus

Het programma Word is door Microsoft ontworpen om snel en op een eenvoudige manier teksten te genereren en op te maken.

  1. Algemeen
Tijdens je hele studie maak je werkstukken, onderzoeksvoorstellen, papers en uiteindelijk de scriptie. Kennis van een tekstverwerker is onontbeerlijk.
In deze cursus leer je hoe je een tekst opmaakt met Microsoft Word*.
Handelingen die je moet uitvoeren zijn vetgedrukt. De bovenkant van het scherm in Word ziet er als volgt uit:
  • Van de eerste menuregel zullen we vooral Bestand, Bewerken, Invoegen en Opmaak gebruiken.
  • De tweede regel bevat iconen die elk voor een commando staan: Nieuw, Open, Opslaan, Afdrukken, Knippen, Kopiëren, Plakken en Ongedaan maken. (Als de cursor boven een icoon wodt geplaatst verschijnt de betekenis van het icoon.)
  • Met het derde 'formattingmenu' kun je onder meer het lettertype en de lettergrootte bepalen en de letters vetgedrukt, schuin of onderstreept maken. Ook vind je hier de iconen voor het maken van lijsten, het inspringen van tekst en het maken van randen en onderstrepingen (borders).
  • We gaan een tekst ophalen (wordtest.doc) en bewerken. Klik hiervoor in de linkerkolom op de link Wordtest.doc en kies voor " Open" of "Save" om de tekst eventueel te bewaren (zie de Windows-cursus).
  • Bewaar de tekst, eventueel in een nieuwe map op de harde schijf of op een floppydisk.
Met het geopende Word bestand gaan we vanaf nu verder werken.

  1. Regelafstand
We werken meestal met regelafstand 1,5.
Omdat we de hele tekst met die regelafstand willen hebben gaan we eerst alles selecteren.
  • Kies uit het Bewerken-menu de optie Alles selecteren [of Crt+A] (de hele tekst verandert van uiterlijk).
  • Kies in het Opmaak-menu Alinea... en kies bij Regelafstand (onder inspringen en afstand) voor "anderhalf".
  • Klik op OK.
De hele tekst heeft nu de nieuwe regelafstand. Het is ook mogelijk om delen van de tekst (alinea's) een eigen regelafstand te geven.

  1. Lettertypes en -groottes
De lettertype is nogal klein, in de derde menuregel zie je dat het lettertype Times is en de grootte 10 punten.
Selecteer opnieuw alles en kies voor een 12-punts letter (klik op het pijltje rechts naast de lettergrootte en selecteer het juiste getal).
De titel willen we nog groter maken.
Selecteer alleen de titel (ga met de muis in de linkermarge staan tot de muis een pijl wordt, klik vervolgens om de regel waar je voor staat te selecteren) en geef die de grootte 16.
Selecteer de tabel (onder kopje 5.2.1) door voor de eerste regel te klikken en te slepen totdat ook de laatste regel (bron) is geselecteerd en geef die lettertype Arial en lettergrootte 10. (Door het nieuwe lettertype kunnen de getallen niet meer op de juiste plek staan, pas dit aan door tabs toe te voegen.)

  1. Schuine, vette en onderstreepte tekst
We gaan nu de tekst een duidelijker uiterlijk geven door woorden te accenturen.
  • Maak de titel vet (selecteren en de B uit de derde menuregel kiezen) en doe dit ook met de kopjes 5.1 en 5.2.
  • Onderstreep de paragraaftitels van 5.2.1 en 5.2.2. (selecteren en de U uit de derde menuregel kiezen).
  • Maak de titels van de kranten Het Parool, Provinciale Zeeuwse Courant en de Gooi- en Eemlander (in paragraaf 5.2.1) cursief (selecteren en de I uit de derde menuregel kiezen).
  • Doe dat ook met de kopjes in de tabel (marktaandeel).
  • (De toetsenbord-combinaties Ctrl+B, Ctrl+U en Ctrl+I werken ook.)
Bewaar je werk regelmatig (Opslaan onder het bestand-menu of schijf-icoontje aanklikken).

  1. Paginanummers
We gaan nu pagina-nummers op de bladzijde zetten.
  • Kies in het menu Beeld de optie Kop en voetteksten...
  • Je krijgt een venster waarin je kan wisselen tussen kop- en voettekst.
  • Kies voor de voettekst en plaats een nummer (optie #). Je kan ook het lettertype veranderen en de plaats wijzigen Zet het nummer in het midden.
  • Sluit dit venster.
Let op: in het menu Invoegen is ook een optie om pagina-nummers te plaatsen, gebruik die liever niet, deze nummers hebben de neiging onzichtbaar te worden op een print.

  1. Inspringen en lijsten
Alle tekst staat nu tegen de linkerkantlijn, we gaan delen meer naar rechts plaatsen.
Eerst gaan we een lijst maken van het rijtje in 5.1: "Lokale media in Nederland zijn".
  • Selecteer de zes regels daaronder (beginnend met regionale dagbladen).
  • Klik in de derde menubalk het icoontje met de drie stippen (opsommingstekens) aan.
  • Klik in dezelfde balk het icoon voor "Inspringen vergroten" aan.
Andere mogelijkheden zijn een genummerde lijst i.p.v. stippen en verder inspringen.

  1. Uitlijnen, uitvullen, afbreken
De titel van de tekst willen we in het midden plaatsen en de tekst daaronder tegen de rechter kantlijn.
  • Selecteer de titel en kies in de onderste menubalk de gecentreerde lijnen.
  • Selecteer de alinea daaronder en kies voor "Rechts uitlijnen".
Alinea's kunnen uitgevuld zijn of niet. In het eerste geval vormt een alinea rechts een rechte lijn, net als in krantenartikelen.
De tekst in het test-stukje is niet uitgelijnd.
Je kan kiezen voor uitlijnen door een alinea of een tekst te selecteren en op het icoon met de uitgevulde lijntjes in de onderste menubalk te klikken.
Probeer dat met de eerste alinea.
Als je voor uitvullen kiest levert dat vaak grote gaten in de tekst op.
Daarom is in dat geval het handig om te kiezen voor het afbreken van woorden.
Dat doe je door in de bovenste menubalk "Extra" de optie "Woordafbreking..." te kiezen en vervolgens "Woorden in document automatisch afbreken".

  1. Randen
De lay-out van een tekst kan opgefleurd worden met een eenvoudig grafisch element: randen om teksten of strepen tussen delen tekst.
Die vind je onder het icoontje met de randen (het vierkantje) in de onderste menubalk.
  • Selecteer de bovenste regel (titel) van de tabel.
  • Klik op het icoon van "Werkbalk randopmaak" (een nieuwe werkbalk wordt geplaatst).
  • Kies voor een lijn onder de selectie.
  • Selecteeer de onderste regel van de tabel (bron) en zet een streep boven die regel. (Sluit de werkbalk).
  1. Voetnoten
We gaan een voetnoot maken van een deel van de tekst uit de eerste alinea van paragraaf 5.2.1.
Selecteer het laatste deel van die alina, het stuk dat begint met "Het gaat om de binnenlandse oplage...".
  • Knip dat stuk uit de tekst met "Knippen" onder "Bewerken" (of Ctrl+X).
  • Ga met de cursor achter het laatste woord ("lager") staan.
  • Kies nu voor "Voetnoot..." in het Invoegen-menu.
  • In het venster de keuze bevestigen (automatische nummering).
  • De tekst terugzetten, onder "Bewerken" "Plakken" kiezen (of Crtl+V).
  • De hele voetnoot-tekst selecten, de lettergrootte 9 punten maken.
  • Terug naar de hoofdtekst gaan.
  1. Harde paginascheiding
Soms komt een tekst niet mooi uit op een pagina, dan staat bijvoorbeeld de kop van een paragraaf op de ene pagina en de tekst op de volgende.
Ook willen we soms een nieuwe pagina forceren, een nieuw hoofdstuk bijvoorbeeld. In dit geval willen de literatuuropgave op een nieuwe pagina plaatsen.
  • Ga met de cursor vlak voor het woord "literatuur" staan.
  • Kies uit het "Invoegen"-menu "Eindemarkering" en bevestig vervolgens "pagina-einde".
Een kop bij een alina houden kan ook op die manier maar het niet echt handig, als je iets in de tekst verandert, moet je telkens kijken of die pagina-scheiding nog wel het juiste resultaat oplevert.
We doen dat door alina's bij elkaar te houden.
  • Selecteer de kop 5.2 en de (lege) regel daaronder.
  • Kies uit "Opmaak" de optie "Alinea..."
  • Kies voor "Tekstdoorloop" en voor "bij volgende alinea houden".
De kop blijft nu altijd op dezelfde pagina als de alinea daaronder.
Dit is een handige optie om voor elke kop uit te voeren.
Dan kom je bij het printen nooit voor verrassingen te staan.

  1. Sorteren
De literatuuropgave bevat drie titels maar zoals je ziet staan ze niet op alfabet.
In een lijst met drie titels zou je natuurlijk eenvoudig met plak en knip de volgorde kunnen veranderen maar we gaat het doen door de tekst te sorteren.
  • Selecteer de drie alinea's.
  • Kies onder "Tabel" "Tekst sorteren...".
  • Bevestig de optie (alinea's).
  • Klik op OK.
  1. Extra
De basis van Word heb je nu onder de knie.
Je kan het document eventueel printen.
Word heeft talrijke extra opties die hier niet behandeld zijn, experimenteer zelf met:
  • met maken van tabellen.
  • het maken van een vaste koptekst boven elke pagina.
  • spellingscorrectie.
  • automatische correctie.
  • de verschillen beeld-opties (zie ook het kleine schermpje linksonder).
  • stijlen.
  • het invoegen van plaatjes en grafieken.




Bron :Computerfeeling.nl